Dit is niet een tekst om snel door te nemen. Zie het eerder als een experiment.
Ga ergens rustig zitten. Neem even de tijd om te ontspannen. Laat de aandacht tot rust komen en lees vervolgens langzaam verder. Probeer niet meteen te analyseren wat er staat. Onderzoek liever wat de woorden oproepen in je directe ervaring.
Ook eventuele weerstand, twijfel of kritiek zijn welkom. Je hoeft niets te geloven. Integendeel: laat alles deel uitmaken van het onderzoek.
Steek je handen voor je uit (dit moet je effectief doen, anders werkt het niet) en kijk naar de ruimte tussen beide handen.
Misschien merk je op dat de ruimte zelf geen duidelijke grens heeft. Toch creëren je handen als het ware een afgebakend stukje ruimte waarop je aandacht zich richt. Zonder de handen zou die afbakening er niet zijn.
Blijf een ogenblik bij deze ervaring.
De ruimte tussen je handen maakt geen onderscheid tussen wat erin verschijnt. Zij heeft geen voorkeur. Of er nu iets aangenaams of onaangenaams zichtbaar is, voor de ruimte lijkt dat geen verschil te maken.
Verplaats je handen eens zodat verschillende voorwerpen binnen het afgebakende gebied verschijnen. Misschien dingen die je mooi vindt. Misschien dingen die je minder mooi vindt.
Maakt het voor de ruimte zelf iets uit?
De ruimte laat alles toe zoals het verschijnt. Niet omdat zij tolerant is, maar omdat zij eenvoudigweg niet oordeelt.
Merk vervolgens op dat jij je bewust bent van die ruimte.
De ruimte zelf lijkt geen bewustzijn te hebben. Zij weet niet wat erin verschijnt. Jij weet dat wel.
Hier ontstaat een interessant onderscheid:
Aan de ene kant is er de open ruimte die alles toelaat.
Aan de andere kant is er het bewustzijn dat deze ruimte waarneemt.
Blijf even bij dit verschil.
Breng nu je handen langzaam verder uit elkaar.
De ruimte waarop je aandacht rust wordt groter. Er kan meer in verschijnen, terwijl de openheid dezelfde blijft.
Breng je handen nog verder uit elkaar.
Op een bepaald moment verdwijnen ze misschien uit je gezichtsveld. De afbakening die ze creëerden valt dan weg.
Wat gebeurt er nu met de ruimte?
Kun je nog een grens ontdekken?
Heeft deze ruimte een begin? Een einde? Een rand?
Of verschijnt alles eenvoudigweg in een grenzeloos veld van ervaring?
Wanneer de handen verdwenen zijn, wordt ook het onderscheid tussen de afgebakende ruimte en datgene wat ernaar kijkt minder duidelijk.
Waar bevindt de waarnemer zich precies?
Heeft het bewustzijn dat deze woorden leest een vorm?
Een kleur?
Een leeftijd?
Een afmeting?
Kun je een duidelijke grens vinden tussen datgene wat bewust is en datgene waarvan het zich bewust is?
Onderzoek dit niet met het denken, maar met de ervaring zelf.
Merk op dat niet alleen beelden verschijnen in deze open ruimte van ervaring.
Ook geluiden verschijnen erin.
Lichamelijke gewaarwordingen verschijnen erin.
Gedachten verschijnen erin.
Gevoelens verschijnen erin.
Ze komen en gaan vanzelf.
Soms verschijnen er ook oordelen.
Voorkeuren.
Verhalen.
Herinneringen.
Plannen.
Ook zij maken deel uit van de ervaring.
En net zoals een geluid verschijnt en verdwijnt, verschijnen en verdwijnen deze verschijnselen weer.
Kijk vervolgens of je kunt opmerken hoe sommige gedachten, gevoelens en herinneringen zich groeperen rond een idee van "ik".
Misschien verschijnt de gedachte:
"Ik ben moe."
Of:
"Ik ben man."
"Ik ben vrouw."
"Ik ben Belg."
"Ik ben succesvol."
"Ik ben onzeker."
"Ik begrijp dit."
"Ik begrijp dit niet."
Het zelfbeeld lijkt voortdurend nieuwe vormen aan te nemen.
Het verandert mee met omstandigheden, gedachten, gevoelens en overtuigingen.
Maar onderzoek eens:
Bestaat er achter al die veranderende beelden ook iets dat onveranderlijk als een afzonderlijk "ik" kan worden aangewezen?
Of verschijnen zelfs deze identiteiten gewoon in hetzelfde open bewustzijn waarin ook alle andere ervaringen verschijnen?
Neem tenslotte een ogenblik de vraag mee:
Wat ben ik?
Niet om een antwoord te vinden.
Niet om een theorie op te bouwen.
Niet om een conclusie te bereiken.
Laat de vraag eenvoudig aanwezig zijn.
Wanneer woorden verschijnen, laat ze verschijnen.
Wanneer beelden verschijnen, laat ze verschijnen.
Wanneer gevoelens verschijnen, laat ze verschijnen.
Zie wat er gebeurt wanneer niets wordt vastgegrepen en niets wordt afgewezen.
Misschien blijft er dan geen antwoord over.
Maar wel een openheid waarin alle antwoorden verschijnen en weer verdwijnen.
En misschien is juist dat een interessante plaats om het onderzoek verder te laten rusten.