In het begin, voordat er iets was, bestonden de namen 'samsara' en 'nirvana' nog niet en alles was de oorspronkelijke grond van het zijn.
Toen ontstond uit die grond van zijn het Gewaarzijn. Op dezelfde manier waarop het natuurlijke licht van een kristal begint te stralen als er zonlicht op valt, zo kwam de oorspronkelijke wijsheid van Gewaarzijn tot leven door de levenswind. Daardoor brak het zegel van de vaas van de eeuwige jeugd en het spontaan ontstane heldere licht verscheen in de lucht als de opkomende zon en manifesteerde zich als de zuivere gebieden van puur zijn en oorspronkelijk gewaarzijn.
Toen begreep de dharmakaya Kuntu Zangpo (de oorspronkelijke boeddha) dat dit zijn spontane manifestatie was en ogenblikkelijk loste het uiterlijke licht van puur zijn en oorspronkelijk gewaarzijn op in het heldere innerlijke licht. In de oorspronkelijke grond van het zijn, die vanaf het begin zuiver is, bereikte hij de verlichting.
Wij, niet-verlichte wezens, begrepen echter niet dat de aard van de spontaan ontstane verschijnselen onze eigen natuurlijke uitstraling was, en onoplettend waarnemen en verwarring waren het gevolg. Dit wordt de 'onwetendheid die elke waarneming vergezelt' genoemd.
Toen werden het heldere licht en de verschijnselen die uit de grond van het heldere licht voortkwamen als twee verschillende dingen beschouwd. Dit is de zogenaamde 'onwetendheid die ontstaat door denkbeelden'. Op dat moment liepen wij in de val van verward dualisme.
Bovenstaand fragment is afkomstig uit een Dzogchen-gedicht uit De vlucht van de Garoeda van Shabkar Lama, een klassieke Tibetaanse meditatietekst die uitnodigt tot het onderzoeken van de aard van bewustzijn en werkelijkheid.
Veel spirituele en contemplatieve tradities spreken over bevrijding, verlichting, eenheid, gewaarzijn of onze ware aard. Hoewel de gebruikte woorden verschillen, wijzen ze vaak naar dezelfde vraag: wat gaat vooraf aan alles wat verschijnt?
Vooraf
Wat gaat vooraf aan gedachten, gevoelens en waarnemingen?
Wat gaat vooraf aan het gevoel van een afzonderlijk zelf?
En zelfs: wat gaat vooraf aan gewaarzijn?
Een fascinerende beschrijving hiervan vinden we in de Dzogchen-traditie, onder meer in het geciteerde gedicht. Daar wordt gesproken over een oorspronkelijke grond van het zijn die voorafgaat aan alle tegenstellingen.
De tekst begint met de woorden:
"In het begin, voordat er iets was, bestonden de namen 'samsara' en 'nirvana' nog niet en alles was de oorspronkelijke grond van het zijn."
Hier verwijst "in het begin" niet naar een moment in de tijd, maar naar een oorspronkelijke werkelijkheid die altijd aanwezig is.
De "grond van het zijn" verwijst naar dat wat voorafgaat aan alle onderscheidingen die later verschijnen: bestaan en niet-bestaan, bevrijding en lijden, zelf en ander, wereld en gewaarzijn.
Vanuit dit perspectief zijn zelfs begrippen als samsara en nirvana secundair. Ze verschijnen pas wanneer onderscheid ontstaat.
Vervolgens beschrijft het gedicht hoe uit deze oorspronkelijke grond gewaarzijn ontstaat.
"Toen ontstond uit die grond van zijn het Gewaarzijn."
Gewaarzijn wordt daarbij gesymboliseerd door licht: het vermogen waardoor ervaring mogelijk wordt.
Met het verschijnen van gewaarzijn ontstaat ook een ervaren wereld. Er verschijnt een perspectief, een lichaam, een ervaring van bestaan. Daardoor ontstaan ook de tegenstellingen die ons vertrouwd zijn: leven en dood, ontstaan en vergaan, binnen en buiten, subject en object.
Zo verschijnt stap voor stap de wereld zoals wij die gewoonlijk ervaren.
De tekst beschrijft vervolgens hoe de oorspronkelijke boeddha, Kuntu Zangpo, onmiddellijk herkende dat alles wat verscheen zijn eigen spontane manifestatie was.
Dit verwijst niet noodzakelijk naar een historisch wezen, maar naar een mogelijkheid die volgens Dzogchen in ieder van ons aanwezig is.
De mogelijkheid om rechtstreeks te herkennen dat gewaarzijn en verschijnselen nooit werkelijk gescheiden zijn geweest.
Dat wat verschijnt en dat waarin het verschijnt blijken dan niet twee verschillende werkelijkheden te zijn. De grond van het zijn, het gewaarzijn en de verschijnselen worden herkend als aspecten van één en dezelfde werkelijkheid.
Deze herkenning wordt verlichting genoemd.
Voor ons, gewone mensen, verloopt dit anders.
Volgens het gedicht ontstaat onze verwarring doordat de aard van de verschijnselen niet wordt herkend.
Het gewaarzijn wordt ervaren als iets dat kijkt naar een afzonderlijke wereld. Er ontstaat een waarnemer tegenover datgene wat wordt waargenomen. Een ik tegenover een wereld.
Dit wordt in de tekst omschreven als de onwetendheid die iedere waarneming vergezelt en vervolgens uitgroeit tot de onwetendheid van denkbeelden.
Vanaf dat moment ontstaat het vertrouwde dualistische perspectief waarin we onszelf ervaren als afzonderlijke individuen in een wereld van andere dingen.
Meditatief zelfonderzoek kan worden gezien als een omkering van dit proces.
Niet door iets nieuws te creëren, maar door te onderzoeken wat altijd al aanwezig was.
Door zorgvuldig te kijken naar onze ervaring kunnen we ontdekken hoe onderscheidingen ontstaan en hoe voortdurend een gevoel van afzonderlijkheid wordt opgebouwd.
Tegelijk kan zichtbaar worden dat gewaarzijn zelf niet beperkt wordt door wat erin verschijnt. Gedachten, emoties, herinneringen, verlangen, vreugde, verdriet en zelfs het gevoel van een afzonderlijk ik verschijnen allemaal binnen hetzelfde veld van ervaring.
Vanuit dit perspectief hoeft niets te worden afgewezen of overwonnen.
Niets hoeft afgesneden, onderdrukt of vermeden te worden.
Alles wat verschijnt kan worden herkend als een manifestatie van dezelfde werkelijkheid waaruit het voortkomt.
Deze visie is niet bedoeld als een filosofische theorie die geloofd moet worden.
Ze vormt een uitnodiging tot direct onderzoek.
Wat is gewaarzijn?
Wat is het dat ervaring mogelijk maakt?
Wat gaat vooraf aan het gevoel "ik ben"?
En wat blijft aanwezig wanneer gedachten, gevoelens en overtuigingen komen en gaan?
Misschien ligt de waarde van zulke vragen niet in de antwoorden die ze opleveren, maar in de ruimte die ze openen voor directe herkenning van wat altijd al aanwezig was.