Veel meditatieve tradities spreken over gewaarzijn, leegte of onze ware aard. Deze woorden kunnen abstract klinken, maar ze verwijzen niet naar iets ver weg of geheimzinnig. Ze verwijzen naar de directe ervaring die altijd al aanwezig is.
Op dit moment ervaar je wellicht je lichaam. Misschien voel je de druk van een stoel, de temperatuur van de lucht op je huid of de beweging van je ademhaling.
Gewoonlijk ervaren we dit vanuit een vanzelfsprekend uitgangspunt: ik ervaar mijn lichaam. Er lijkt iemand te zijn die waarneemt en iets dat wordt waargenomen.
Maar wat gebeurt er wanneer we dit nauwkeuriger onderzoeken?
Wanneer je je aandacht naar het lichaam brengt, merk je dat elke lichamelijke gewaarwording verschijnt binnen bewustzijn.
De ademhaling verschijnt in bewustzijn.
De sensaties in je handen verschijnen in bewustzijn.
Geluiden verschijnen in bewustzijn.
Gedachten verschijnen in bewustzijn.
Gevoelens verschijnen in bewustzijn.
Wat hun inhoud ook is, ze delen één eigenschap: ze worden gekend.
Zonder gewaarzijn zou geen enkele ervaring kunnen verschijnen.
Vanuit dit perspectief lijkt gewaarzijn niet iets te zijn dat naar ervaringen kijkt. Eerder verschijnen alle ervaringen in gewaarzijn.
De Hartsoetra, één van de bekendste geschriften uit het Mahayana-boeddhisme, vat dit samen in een beroemde uitspraak:
"Vorm is leegte en leegte is vorm."
Dat betekent niet dat de wereld niet bestaat of dat onze ervaringen onwerkelijk zijn.
Het wijst erop dat verschijnselen geen zelfstandig bestaan hebben los van het gewaarzijn waarin ze verschijnen.
Het lichaam verschijnt.
De ademhaling verschijnt.
Gedachten verschijnen.
Emoties verschijnen.
Maar geen van deze dingen kan los worden gezien van het kennen ervan.
Leegte verschijnt als vorm.
Gewaarzijn verschijnt als ervaring.
In de gewone ervaring lijkt er een scheiding te bestaan tussen een waarnemer en datgene wat wordt waargenomen.
Er lijkt iemand te zijn die leest.
Iemand die mediteert.
Iemand die onderzoekt.
Maar wanneer we dit onderzoeken, blijkt ook dat gevoel van "ik" zelf een ervaring te zijn die verschijnt.
Het gevoel een afzonderlijk persoon te zijn verschijnt in hetzelfde gewaarzijn als gedachten, gevoelens en lichamelijke gewaarwordingen.
Dat betekent niet dat het ik-gevoel verkeerd of ongewenst is. Het betekent alleen dat ook dit deel uitmaakt van de verschijningswereld.
Doorheen de geschiedenis hebben contemplatieve tradities verschillende vormen van bevrijding beschreven.
Een eerste vorm ontstaat wanneer de geest zo diep tot rust komt dat ervaringen tijdelijk wegvallen. In zulke meditatieve absorpties verdwijnen afleiding, denken en vaak ook het gevoel van een afzonderlijk zelf.
Dat kan diepe vrede brengen.
Wanneer de gewone ervaring terugkeert, keren echter ook de bekende verschijnselen terug.
Een tweede vorm van bevrijding bestaat niet uit het verdwijnen van verschijnselen, maar uit het herkennen van hun aard.
Dan worden gedachten, gevoelens, emoties en gewaarwordingen niet langer gezien als afzonderlijke werkelijkheden die tegenover ons staan. Ze worden herkend als verschijningen binnen gewaarzijn zelf.
In de Dzogchen-traditie wordt dit soms de zelfbevrijding van de verschijnselen genoemd. Niet omdat verschijnselen verdwijnen, maar omdat ze niet langer worden vastgegrepen alsof ze zelfstandig bestaan.
Vanuit deze zienswijze hoeft niets afgewezen te worden.
Vreugde mag verschijnen.
Verdriet mag verschijnen.
Twijfel mag verschijnen.
Zelfs pijn mag verschijnen.
De ervaring ervan blijft bestaan, maar zij wordt gezien binnen een ruimer perspectief.
De aandacht verschuift van de inhoud van de ervaring naar de aard van de ervaring zelf.
Wat verschijnt mag verschijnen.
Wat verdwijnt mag verdwijnen.
Gewaarzijn hoeft niets vast te houden en niets weg te duwen.
Neem af en toe een moment om stil te staan.
Kijk niet zozeer naar wat je ervaart, maar naar het feit dát er ervaring is.
Merk op hoe geluiden verschijnen.
Hoe gedachten verschijnen.
Hoe gevoelens verschijnen.
Hoe het lichaam verschijnt.
En onderzoek vervolgens:
Is datgene wat verschijnt werkelijk los van het gewaarzijn waarin het verschijnt?
Misschien hoef je daar geen antwoord op te vinden.
Misschien is het voldoende om de vraag levend te houden.
En misschien kan juist dat een nieuwe manier openen om lichaam, ademhaling, gedachten, emoties en het dagelijkse leven te ervaren: niet als iets dat losstaat van onze ware aard, maar als een voortdurende uitdrukking ervan.